Toelichting: Eindspel
Samuel Beckett (1906-1989)
De grote uitdaging voor de kunstenaar is het menselijk Zijn uitdrukken, volgens Beckett. Het Zijn is vormeloos, chaotisch en raadselachtig; het bestaan is een verzameling zinloze bewegingen, de dood een onbegrijpelijk slot. Beckett 's werk is bijzonder gestileerd en compromisloos in zijn reductie van het spreek- en toonbare. Het absurdistische drama laat de afspiegeling van de werkelijkheid los en verbeeldt de existentiële zinloosheid van het bestaan. Ook bij Shakespeare, vooral door de invloed van de Commedia dell 'Arte tekenen zich al absurde taferelen af. 'Op het moment dat je voor waar neemt dat er geen zin is,' zegt Beckett, 'geen antwoorden, geen systeem, leef je dichter bij de realiteit.' 'Nothing is more real than nothing', en daar mag je ook de humor van inzien.

Eindspel
Beckett schreef Eindspel in 1955 en 1956. Vier personages in een vrijwel verlaten decor met alleen een deur en twee ramen: de blinde Hamm in een rolstoel, de manke Clov die af en aan sjouwt en de ouders van Hamm, Nagg en Nell in twee 'vuilnisbakken', zonder benen, bijna blind en bijna doof met alleen nog een paar kapotte herinneringen. Het einde is in zicht maar ze spelen alle vier met de gedachte dat de situatie kan veranderen, kan eindigen, en hoe en of de een de ander zal verlaten. Met taal en verbeelding proberen ze zin te geven aan het leven dat hen rest. Het stuk is zeer symmetrisch geschreven. Vanaf het begin kondigt het einde zich aan. Het zit vol echo's. Clov zegt ik weet niet hoe vaak dat hij weg gaat. Herhaling is niet alleen techniek maar ook een thema. Het begrip tijd, de klok, de vicieuze cirkel van de herhaling waarbinnen de onontkoombare gang naar het onbekende einde zich afspeelt. Op welk moment vormt een losse graankorrel met andere korrels samen een hoop, vraagt Clov zich af? Op welk moment vormen alle afzonderlijke momenten samen een leven? De strategie tot overleven is een zinloze oefening op weg naar het einde. In het schaken betekent de term eindspel de uitzichtloze positie waarin zwart lukraak wit vertraagt en frustreert om het verliezen zolang mogelijk uit te stellen. Winnen kan niet, alleen saboteren. Hamm doet dat. De blinde Hamm kun je zien als de zwarte speler, Clov is de witte partij. De twee pionnen hebben weinig in te brengen vanuit hun 'vuilnisbakken'. Beckett noemde Hamm een koning die slecht tegen zijn verlies kan. Het zijn allemaal zinloze zetten en in die zin is hij een slechte speler die weet dat hij gaat verliezen en allang had moeten opgeven.

Teatro Obstinato
Toont u Eindspel als maskertheater. De personages worden terug gebracht tot commediafiguren waardoor de door Beckett bedoelde absurdistische essentie van het stuk nog beter uit komt. Door het gebruik van maskers wordt er afstand geschapen. Juist door het stuk licht, direct en met humor te spelen, komt de absurdistische inhoud van Eindspel glashelder over.

Hamm: Peter de Vries
Clov: Aad Trompert
Nell: Coks Dirkse
Nagg: Frank van der Velden
Regie: Ronald Stout
Kostuums: Monique